Teun

Op een stoffige, stijgende weg door een afgelegen dorp zag ik van een afstand Teun in zijn tuintje in zijn luie stoel zitten. Muts op, jas aan en goed hoorbaar zijn gebeden opzeggend. Waarom weet ik niet, maar ik noemde hem Teun omdat hij mij deed denken aan onze gelijknamige bejaarde buurman van het pleintje.

Teun zag eerst Jenny voorbij fietsen en prevelde even luid verder. En toen zag hij mij. Ik zwaaide naar hem en riep Hallo in het Birmees. Hij begroette mij hartelijk terug en zwaaide naar me. Een paar meter voorbij zijn tuintje stapte ik af en liep naar hem terug. Ik wees op mijn camera en op hem en hij knikte dat hij het goed vond. Een paar klikken verder zag hij zichzelf terug op het schermpje en het was goed. Ik maakte nog twee opnames van zijn verweerde handen en zijn beduimelde gebedsboekje. Ik bedankte hem en draaide mij om naar mijn fiets. Teun gebaarde mij te blijven staan en ging zijn smoezelige huisje in, haalde twee mandarijnen tevoorschijn en gaf ze aan mij.
Nu mocht ik pas verder.

 

MWF03286

 

MWF03287

 

MWF03289

 

MWF03288

One thought on “Teun

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *